Met een echoscopie, meestal echo genoemd, kunnen de baarmoeder, het baarmoederslijmvlies en de eierstokken in beeld worden gebracht door middel van geluidsgolven.
Het geluid is niet hoorbaar voor de mens. De geluidstrillingen worden teruggekaatst door de organen. De teruggekaatste trillingen worden zichtbaar op een scherm.
Het onderzoek vindt meestal inwendig plaats (via de vagina).

Een inwendige echo wordt verricht met een dunne probe (staaf) met daarover heen een soort condoom ter bescherming. Het onderzoek is niet pijnlijk. De echo kan ook worden gemaakt als u op dat moment bloedverlies heeft. Bij een inwendige echo is het het beste als de blaas leeg is.

Soms wordt de echo uitwendig (via de buikwand) gemaakt. Dan moet de blaas goed gevuld zijn. Als dit nodig is krijgt u dit van te voren te horen.

Niet alles is te zien op een echo. Soms is het nodig aanvullend onderzoek te doen met een contrastecho of een hysteroscopie