Wat is een uitstrijkje?

Bij een uitstrijkje worden met behulp van een borsteltje cellen van de baarmoedermond afgenomen. De patholoog onderzoekt de cellen onder de microscoop.210.320 Aan een uitstrijkje is te zien of er aanwijzingen zijn voor (een voorstadium van) baarmoederhalskanker. Bij afwijkingen aan de cellen kan met een eenvoudige behandeling worden voorkomen dat later baarmoederhalskanker ontstaat. De kans op baarmoederhalskanker is zeer klein bij een voorstadium. Niet alle patiënten met (een voorstadium van) baarmoederhalskanker hebben klachten.

Wanneer een uitstrijkje?

Alle vrouwen tussen de dertig en zestig jaar krijgen via het bevolkingsonderzoek eenmaal in de vijf jaar een oproep om bij de huisarts een uitstrijkje te laten maken. De gynaecoloog maakt bij bepaalde klachten een (extra) uitstrijkje. Het uitstrijkje kan het beste uitgevoerd worden als er geen bloedverlies is. Tijdens zwangerschap en/of borstvoeding kan de uitslag van het uitstrijkje worden beïnvloed.

Wat betekent de uitslag?

De uitslag wordt gegeven met de Pap-classificatie. De mogelijke uitslagen zijn:

Pap 0: er is geen goede beoordeling mogelijk door bijvoorbeeld bloed- of gel bijmenging. Het advies is om het uitstrijkje te herhalen na 6 weken.

Pap 1: de uitslag is normaal. De cellen zijn goed te beoordelen en zien er normaal uit.

Pap 2: enkele cellen zijn anders dan normaal. De cellen die nu anders zijn dan normaal kunnen over 6 maanden weer normaal zijn, doordat er steeds nieuwe cellen worden aangemaakt (net als bij de huid). Bij vrouwen met voor het eerst een pap 2 wordt geadviseerd het uitstrijkje na 6 maanden te herhalen.

Pap 3a: er worden licht afwijkende cellen gevonden; soms spreken ze ook van lichte of matige dysplasie. Dit zijn geen kankercellen. Het advies is dan herhaling van het uitstrijkje of verder onderzoek met kolposcopie. In dat laatste geval blijken bij de helft van de vrouwen de afwijkingen zo gering te zijn dat geen behandeling nodig is. De andere helft krijgt het advies voor een eenvoudige behandeling van de baarmoederhals.

Pap 3b: meer afwijkende cellen dan bij Pap 3a. Ze spreken soms ook van ernstige dysplasie. Verder onderzoek wordt aangeraden. De kans dat een eenvoudige behandeling van de baarmoederhals wordt geadviseerd, een lisexcisie, is groter dan bij een Pap 3a.

Pap 4: sterkere afwijkingen dan bij Pap 3a/b. Ook hier wordt verder onderzoek aanbevolen. In 90% van de gevallen wordt er een eenvoudige behandeling van de baarmoederhals gedaan zoals een lisexcisie.

Pap 5: sterk afwijkende cellen. Soms alarmeert het uitstrijkje ten onrechte, maar soms is er sprake van baarmoederhalskanker. Verder onderzoek is noodzakelijk.

Hoe ontstaan de afwijkingen in de cellen?

De cellen in de baarmoederhals delen zich voortdurend. Bij ontregeling van de deling van deze cellen kunnen er afwijkende cellen ontstaan. Dit is geen kanker. Meestal worden deze afwijkingen veroorzaakt door een ontsteking of infectie (bijvoorbeeld met HPV, zie hieronder). Deze afwijkende cellen verdwijnen vaak vanzelf. Als er echter steeds meer afwijkende cellen ontstaan, spreekt men bij een kleine afwijking van een voorstadium van baarmoederhalskanker. Komen er nog meer afwijkende cellen, dan ontstaat er overmatige groei en kan baarmoederhalskanker ontstaan. Dit proces van afwijkende cellen naar een voorstadium naar kanker verloopt heel langzaam en kan wel tien tot vijftien jaar duren.

HPV (Humaan Papilloma Virus)

De afwijkingen in de cellen kunnen te maken hebben met een infectie met het humaan papilloma virus (HPV). Van dit virus bestaan verschillende soorten. Sommige soorten veroorzaken wratten, andere soorten komen vaker voor bij afwijkende uitstrijkjes. Het virus wordt door geslachtsgemeenschap verspreid. Bij 90% van de sexueel actieve vrouwen is het HPV aanwezig. Dit virus geeft geen klachten en verdwijnt bij de meeste vrouwen vanzelf. Enkele vrouwen houden het virus bij zich en worden drager. Sommige soorten van dit virus geven een verhoogd risico op het ontstaan van baarmoederhalskanker. De baarmoederhalskankervaccinatie is ter voorkoming van 2 gevaarlijke HPV-varianten die samen verantwoordelijk zijn voor 70% van alle gevallen van baarmoederhalskanker.

Een afwijkend uitstrijkje, wat nu?

Dit is afhankelijk van de klachten, de uitslag, eerdere uitstrijkjes en van de arts. Vaak zal vanaf een Pap 3a of meer een kolposcopie worden verricht. Hierbij wordt er met een microscoop naar de baarmoedermond gekeken. Bij afwijkingen wordt er een biopt genomen. Dit weefsel gaat naar de patholoog ter beoordeling. Afhankelijk van de uitslag van het biopt kan een behandeling volgen om meer weefsel weg te halen, een lisexcisie. Hierbij wordt een dun laagje van de baarmoedermond weggesneden.