Extra platform: VrouwenInDeOvergang

Problematiek rondom de overgang

Gemiddeld hebben vrouwen de laatste menstruatie rond het 51ste levensjaar. De laatste menstruatie wordt de menopauze genoemd. Bij een vrouw die een jaar lang niet heeft gemenstrueerd spreekt men van de menopauze. Dit tijdstip is dus alleen achteraf vast te stellen.
De periode rond de menopauze kan enkele jaren duren en wordt de “overgang” genoemd.
De hormonen in het lichaam zoeken in de overgangsjaren een nieuw evenwicht. Het is een natuurlijke fase in het leven van iedere vrouw.

Hormonale veranderingen

De vrouwelijke geslachtshormonen beginnen in de puberteit te werken, en de eerste menstruatie treedt op. Er zijn 4 hormonen die een belangrijke rol spelen bij de menstruatiecyclus:

  • FSH (Follikel-stimulerend hormoon)
  • LH (Luteiniserend hormoon)
  • oestrogeen
  • progesteron

Zowel FSH als LH worden geproduceerd door de hypofyse, een kleine klier onder de hersenen. FSH zorgt er voor dat de eierstokken het hormoon oestrogeen gaan aanmaken. Ook zorgt het FSH er voor dat er elke maand een eicel tot rijping komt. LH zorgt er voor dat de eisprong (ovulatie) plaatsvindt.
Oestrogeen en progesteron worden in de eierstokken aangemaakt. Deze hormonen zorgen voor de rijping van het eiblaasje, de eisprong en de opbouw van het baarmoederslijmvlies. Als dit goed gebeurt kan een bevruchte eicel zich innestelen waardoor er een zwangerschap kan ontstaan. Als er geen zwangerschap optreedt, dan wordt 14 dagen na de eisprong het baarmoederslijmvlies afgestoten. Dit noemen we de menstruatie.
In de loop van het leven van een vrouw neemt de voorraad eicellen in de eierstokken af. Hierdoor wordt er ook minder oestrogeen en progesteron aangemaakt. Daarom begint de overgang vaak met een verandering in het menstruatiepatroon. De hormonen oestrogeen en progesteron hebben ook invloed op andere weefsels, zoals de schede (vagina), de borsten, de botten, de huid, de bloedvaten en de zenuwcellen. De eierstok maakt ook testosteron, dit hormoon beïnvloedt het libido, de zin in het vrijen.

Overgangsklachten

De overgang begint vaak met een verandering in het menstruatiepatroon. De menstruaties komen korter op elkaar en kunnen heviger worden. Later wordt de tijd tussen de menstruatie steeds langer en uiteindelijk blijft de bloeding weg.
De gemiddelde tijd tussen het onregelmatig worden van de menstruatie en de menopauze is 4 jaar.
Ongeveer 25% van de vrouwen heeft veel last van de overgang. Bekende klachten zijn opvliegers en nachtelijk zweten. Ook stemmingswisselingen, droge huid en slijmvliezen, vaginale klachten en sexuele veranderingen, en klachten van de urinewegen zijn overgangsklachten. Er kan botontkalking optreden en hart- en vaatziekten.
De klachten worden veroorzaakt door schommelingen van het hormoon oestrogeen. Overgangsklachten kunnen wel 5 tot 10 jaar bestaan.

Bloedonderzoek

Het doen van bloedonderzoek om te bepalen of een vrouw in de overgang is heeft vaak weinig zin. De bloeduitslag geeft niet aan hoe lang het nog zal duren tot de laatste menstruatie plaatsvindt. De klachten zijn de belangrijkste aanwijzing.

Behandeling

Overgangsklachten gaan uiteindelijk over. Toch kunt u er een periode veel last van hebben. Uitleg over wat er zich in uw lichaam afspeelt kan al verlichting geven. Als u zoveel last van overgangsklachten heeft dat u in uw dagelijks leven wordt belemmerd kunnen medicijnen worden voorgeschreven. Met deze medicijnen wordt beoogd het tekort aan het hormoon oestrogeen aan te vullen. De gynaecoloog kan met u de voor- en nadelen van deze behandeling bespreken. Daarnaast kunnen wij u verwijzen naar een overgangsconsulent. Zij is gespecialiseerd in het informeren, adviseren en begeleiden van vrouwen voor en tijdens de overgang.

Wat kunt u zelf doen?

Gezond en gevarieerd eten. Op uw gewicht letten. Regelmatig bewegen. Elke dag 30 minuten bewegen versterkt de botten en helpt tegen spierpijn en stijve gewrichten.
Rekening houden met alcohol, koffie, thee en gekruid eten. Deze kunnen opvliegers uitlokken.
Stoppen met roken. Na de overgang neemt de kans op hart- en vaatziekten toe.
Voldoende slapen. De tijd en de rust nemen om aan alle veranderingen te wennen.
Bespreek uw klachten met uw partner, een vriendin, uw huisarts of een overgangsconsulent.

Meer informatie in de NVOG patiëntenfolder: http://www.nvog.nl/Sites/Files/0000000108_Overgang.pdf